In deel 2 van 30 jaar erik neem ik je mee naar het voortgezet onderwijs. Plaats delict: Fons Vitae Lyceum te Amsterdam.

Voortgezet onderwijs

Met een super rapport en de hoogste Cito toets uitslag begon ik vol goede moed aan de brugklas HAVO/VWO. Helemaal vanuit de Bijlmer elke dag naar Amsterdam Zuid en terug. Vroeg in de ochtend de metro in en vaak (ik bleef wel eens plakken) ook weer wat later naar huis. Ook hier had ik al snel een goede band met de conciërges (al was het omdat ik later regelmatig te laat kwam), de leraren en een leuke groep medeleerlingen.

In de middag naar Zuivelhuis Kors om eten te halen, de duizenden smoesjes om maar niet te hoeven gymen (op het laatst ging ik gewoon niet meer) en de vele vriendschappen uit die tijd zal ik niet vergeten. Het eerste jaar ging dan ook geweldig en ik kwam opnieuw thuis met de mooiste rapporten en mijn moeder was wel zo trots als een pauw.

Ergens tussen het 2e en het 3e jaar ging het allemaal de andere kant op. Een 6, een 5 en soms zelfs een 4. Waar ik op de basisschool met gezond verstand en interesse zo ver was gekomen bleek toch dat je voor de HAVO/VWO toch echt door al die stoffige boeken moest bladeren en je in feite je tijd verspilde met het leren van onzinnige feitjes. En die mening heb ik nog steeds: als ik wil weten waar Honolulu ligt of in welke provincie de bete kleigrond zit ga ik dat wel opzoeken in een boek. En met alle respect: die stelling van Pythagoras heb ik nog NOOIT in mijn leven nodig gehad. En dat was dan nog het meest simpele van wiskunde. Toen ik in mijn schrift iets zag staan als “2xy * 3(y-z)” vroeg ik me regelmatig af waar ik mee bezig was. Of bij biologie… hoe het lichaam in elkaar zat. Wat kon mij dat nou schelen? Als ik ziek zou worden zou de dokter heus wel uitleggen waar dat zat. En meer hoefde ik niet te weten.

Afijn… studie en ik waren absoluut geen vriendjes meer. Maar vergis je niet! Ik had het nog steeds elke dag gezellig en vermaakte me uitermate op school. Vanaf het 3e schooljaar heb ik mijn schooluren aangevuld met min of meer een 40-urige werkweek. In het begin bij schoonmaakbedrijven en dat was eigenlijk veel leuker. Een uitzendburootje schoonmaken, waar je anderhalf uur voor had, kon je met een aantal handige trucs vaak inkorten tot 15-30 minuten en alsnog complimenten ontvangen. Van het geld kocht ik mijn eerste mobiele telefoon (en was daarmee de eerste op school) en de duurste scooter die er in Amsterdam en omgeving te koop was. Toen ook de radio ingebouwd was en ik weer eens veel te laat kwam aancrossen op het schoolplein keken de leraren even naar buiten. Een beetje boos maar ook wel met een glimlach. Uiteindelijk moest onder druk van school de scooter weg omdat dat ding dermate duur was dat er serieuze dreigingen waren dat meerdere mensen dat was opgevallen en dat niet goed zou aflopen.

Ik was dan wel geen rotjoch maar ik wist door mijn desinteresse op school wel de sfeer mijn eigen draai te geven. Op het laatst was het gewoon een onderhandeling met de leraar bij aanvang van de les of we nu moeilijk gingen doen of dat ik beter meteen pleite kon gaan. En dat laatste gebeurde vaak. En zoals altijd was ik dan te vinden in …. het computerhok. Ja, of de kantine voor een broodje kroket en frikandel. Maar je snapt mijn punt!

In het computerhok begon alles wat ik nu ben en wat ik ben geworden. Een prutser met computers en internet. Dat was toch allemaal machtig mooi dat hele internets. Ik had dan wel niet zoveel feitenkennis als de rest maar ik had iets veel belangrijkers: een liefde voor de computer en het (net nieuwe) internet. Dat zou me later nog goed van pas komen!

En zo gebeurde het dat ik op de dag van de examenuitreiking in een grote hal stond met alle leraren. Aangezien ik gezakt was besloot ik in de rij van de leraren te gaan staan en mijn klasgenoten, net als de leraren, te feliciteren met hun diploma. En op het laatst gaf ook ik alle leraren een hand. Het was dat op een gegeven moment iemand iets tegen mij zei (ik meende dat het Serena was) dat ik mijn tranen liet lopen. Dat diploma dat kon me geen reet schelen en dat ik gezakt was ook niet. Dat ik deze fijne school en deze fijne mensen zou moeten gaan missen deed nog het meeste pijn.

Ik ben nog vaak langsgegaan en heb vorig jaar met heel veel plezier de reünie bezocht. Net als vroeger bleef ik weer als 1 van de laatsten plakken en wilde ik eigenlijk nooit meer weg. Zoals Ashwin zei “dit was toch de mooiste tijd uit ons leven”. En gelijk.. dat had ‘ie!