Met een dikke glimlach voor de deur van het gemeentehuis.
“Doet u mij maar een nummertje voor het register meneer”

Vijf minuten later zit ik in een klein kamertje.
“Dit is vast de brief waar u op zit te wachten”

Ik staar naar die ene zin. Ik wil wat zeggen. Maar ik weet niet wat.
Terwijl ik opsta om de man toch vriendelijk een hand te geven breekt de glimlach op mijn gezicht.
Huilend kijk ik de man nog even aan. “Het is dus klaar nu? Echt? Echt waar?”.

Op de parkeerplaats staar ik nog een keer naar de brief. Ik zie mensen kijken naar die huilende man die op het asfalt zit. Voor zich uit starend naar het voorbij razende verkeer. Godverdomme.

Deze nachtmerrie is voorbij. Eindelijk. Ik moet maar eens wat mensen gaan bellen.

“Waarom zit je dan toch zo te huilen jongen, je moet zo blij zijn”.
Ik weet het. Maar ik kan er niet trots op zijn. Ik kan er niet blij om zijn.

Goed weekend allemaal….