Reisverslag deel 2: de Tour du Roef

“Haas, ik moet je wat vragen.” Dat is natuurlijk nooit een goed begin. Zeker niet als Gijs (de Roef) dat zegt. Hij vertelde dat Maria (zijn vriendin) ons had uitgenodigd om te komen eten. Altijd goed natuurlijk. Maar zat zij niet in een compleet ander land dan wij, het beruchte Griekenland?

Ja dat was ook zo maar de Roef vertelde dat dat praktisch de 3e straat links was vanaf ons hotel. Later werd dat 120 kilometer, 120 kilometer hemelsbreed, 150 kilometer en tot slot 246 kilometer hemelsbreed. Hoe lang het uiteindelijk echt was weet geen mens, en misschien is dat maar beter ook voor de onderlinge verstandhouding.

Dus hoppa, terug naar het vliegveld, een bijzonder fijne 4 wheel drive gehaald en de volgende ochtend om 8 uur vertrokken. Eerlijk is eerlijk… de Roef was op tijd wakker en wij niet. Met een kleine vertraging, een volle tank en goede moed gingen we op pad.

De 2 bestuurders voorin en Gijs als über-navigator op de achterbank. Want ja, hij heeft kaarten van de heule wereld. Onthoud u deze woorden ook even? Het ging al snel mis. Want in de bebouwde kom was de gps dekking ruk en waren we continu de weg kwijt, ook buiten de bebouwde kom overigens. Regelmatig klonk een harde instructie van de navigatie, direct gevolgd door een schreeuw van Gijs om vooral NIET daar naar te luisteren omdat “de gps aan het flippen was”. Regelmatig reden we op plekken waarvan we zeker wisten dat als de auto kapot zou gaan we nooit levend terug zouden komen. 

Eng was gewoon dat als we ergens een paar seconden stil stonden er opeens honderden wespen rond de auto hingen. En ze gedroegen zich tamelijk agressief. Echt eng. En ja, vooral voor Gijs was dat vervelend want die wilde elke 15 kilometer plassen. 

Alsof het allemaal al niet erg genoeg was had Suuz de avond voor vertrek 2 laxeerpillen ingenomen. De ontlasting zat wat vast maar ja, tijdens de dodemansrit niet natuurlijk. U kunt zich mijn gezichtsuitdrukking voorstellen toen werd geroepen “hadden we nou maar een wc rol meegenomen”. Ik heb intern heel wat gevloekt, u begrijpt dat.

Naast wegen, dorpen en complete landschappen die niet op de kaart stonden, onverharde wegen, verlaten benzinestations waar je eigenlijk niet wilde stoppen was het wel een mooie rit. Jammer van de wegen waar soms delen van of soms het complete asfalt ontbrak. Ze waren wel druk bezig met asfalteren. Hopelijk leest het autoverhuurbedrijf niet mee maar de bodem van de auto is in elk geval voorzien van een gloednieuwe laag asfalt. Geen dank overigens.

Hilarisch waren de telefoongesprekken van Gijs met Maria waarin zij hem vroeg waar we ondertussen waren en hij zei “lieve schat, we hebben werkelijk waar geen flauw idee”. Dat was in al die jaren dat ik hem ken het meest eerlijke antwoord ooit.

Uiteindelijk bereikten we na zo’n 5 uur rijden de grens. Maria stond ons, heel vriendelijk, op te wachten bij de drugscontrole. Stiekem hoopte ik natuurlijk op een man met een handschoen die Gijs zou meenemen naar een donkere kamer om te kijken of hij stiekem geen drugs mee had maar helaas.

Ik ben natuurlijk een grote cultuurbarbaar met wat ik nu zeg maar Griekenland is Bulgarije + 15 graden. En de prijzen in het kwadraat. Het liefst had ik me bij aankomst verstopt in de auto met draaiende motor en de airco op volle kracht. Ik ben geen mens voor temperaturen boven de 40 graden, dat is nu nogmaals bevestigd.

Eerlijk is eerlijk: we zijn bijzonder vriendelijk ontvangen door Maria met haar familie. Lekker gegeten, lekker gedronken en lekker gepraat. De rit was, op wat kleine bobbels na, geweldig en we hadden er allemaal geen minuut van willen missen. Nou ja, eentje dan, maar toen had Gijs een scheet gelaten in de auto en konden de ramen niet open.

De terugreis was vrijwel identiek met het verschil dat Suuz demonstreerde dat als je geen laxeerpillen meer hebt je dan ook gewoon met 140 over behoorlijk grote drempels kan rijden. En opnieuw riep iemand “hadden we nou maar een wc rol meegenomen”….