Woensdag. 10.00 uur. Mijn telefoon piept onophoudelijk. De hele ochtend al. Dat stomme whatsapp ook. De ene na de andere nare verwensing vliegt me om de oren. “Ja ik zet hem wel eventjes op stil”, bijt ik boos de collega’s toe.

Buiten staan we een peukje te roken. “Ze zegt dat ze weggaat bij me”. Met een dikke glimlach en een zwaaiende armbeweging roep ik: “Potverdorie”. Om daar aan te voegen: “Die kan ik straks thuis nog een keer gebruiken als ze er nog gewoon zit. Potverdorie”.

Met diezelfde glimlach laat ik mijn telefoon zien. Het scherm staat vol met whatsapp berichtjes. “Tja, die heeft gisteren geen seks gehad. Is dus niet te genieten”. Ze is boos. Heel boos. En waarom? Nou ja… dat zit zo: “Ik was blijkbaar in slaap gevallen en toen ze naar bed kwam zei ik allemaal nare dingen tegen haar. Ik heb daar overigens geen actieve herinnering van”.

Inmiddels is het 11.00 uur. Ze is blijkbaar boos dat ik niet terugkom van mijn werk om even boodschappen te doen. “Dus je laat me verhongeren?”. Hardop lees ik het bericht voor aan mijn collega’s, om daar aan toe te voegen: “Die supermarkt, dat is godverdomme nog geen 100 meter lopen”. Ik besluit dat ook even op de whatsapp te gooien naar haar.

“Ik haat haar”. Mijn collega zegt: “Nee, dat is geen haat. Dat is nou liefde. Ik verwar dat ook wel eens met elkaar”.

Tja, die Iranees die zichzelf een tijdje terug in brand stak op de Dam schreeuwde ook nog uit dat het als liefde voelde. Liefde, het is en blijft een raar gevoel.