HazeThriller

Deel 2: Zakelijk en prive….

0
Van: [knip]
Verzonden: [knip] 13:51
Aan: Hazeleger, E.
Onderwerp: RE: Eng ...

Dat valt best mee.
Alleen als ik wijntjes gedronken heb.
En zakelijk en prive moet je natuurlijk gescheiden houden he

Maandagochtend. “Zeg… zag ik nou dat jullie vanmorgen samen binnen kwamen?”. Kut. Ik heb daar geen antwoord op. “Ik heb geen flauw idee waar jij het over hebt”, maak ik er maar van. Even lijkt hij genoegen te nemen met mijn antwoord. Totdat zij binnen komt lopen. Met een zonnebril op. De baas ziet het ook. “Fijn” denk ik nog. “Fijn”. Lange leve het vaste dienstverband.

Uiteindelijk gaat haar zonnebril af. Een blauw oog. En tja, we hadden vrijdag samen het pand verlaten. En zojuist het pand samen betreden. Waarom kijkt iedereen mijn kant op? Fuck, fuck, fuck. Quasi geïrriteerd koppel ik mijn laptop los en wandel het kantoor uit. De eerste de beste vergaderkamer wordt het. Deur van binnen op slot. Zo. Rust. Aan het werk dan maar. Na een half uur wordt er geklopt op de deur. Zij staat voor de deur. Ik laat haar binnen. Ze komt naast me zitten en begint te huilen. Over wat voor klootzak hij wel niet is. Over hoeveel pijn hij haar heeft gedaan dat weekend. Hoe hij heeft gescholden en geslagen. Hoe haar telefoon kapot werd gegooid tegen de muur.

Wat moet ik hier nu mee? Vooralsnog hou ik een huilende vrouw vast met een blauw oog, verstopt in een vergaderkamer. En zodra we deze kamer uitlopen zal iemand in deze kokende roddelfabriek dat natuurlijk gaan zien. En ik heb nog een zooitje werk te doen. Heb ik toch even in een week mezelf even in een lastig parket gewerkt he? “Kom, we gaan eens aan het werk. En die zonnebril…. laat die maar af. Die staat toch nog net iets gekker dan dat blauwe oog. Denk ik. We gaan na het werk wel even wat drinken.”

Rond 17.00 uur druppelt het kantoor langzaam leeg. Mensen wensen ons een fijne avond. En wij hen. “Maken jullie het niet te laat kids?”. Nee natuurlijk niet. Zodra jullie allemaal weg zijn smeren wij hem ook. Haha. Opeens gaat je telefoon. Het is je vriend. Je zegt hem dat je vanavond moet overwerken. Iets met een project. Ach ja, gooi er nog eens wat leugens bovenop he. We zijn al zo lekker bezig.

Een uur later zitten we in een kroegje vlakbij station Sloterdijk. Jij kijkt mij aan, ik kijk jou aan. Je laat me je kapotte telefoon eens goed zien. Ik kijk nog eens naar dat blauwe oog. Het wordt er niet mooier op. Opeens gaat je telefoon. Je vriend. Tot mijn stomme verbazing neem je gewoon op. In een stampvolle kroeg. Van binnen word ik heel klein. Ik kijk je aan alsof je niet goed bij je hoofd bent. “Ik ben met Erik even wat aan het drinken”. Tja, geef die vent er nog even een pistool en een handje kogels bij……

Het doet je blijkbaar niet zoveel. Waar ik van binnen 1000 doden sterf heb jij blijkbaar het idee dat je samen met mij onsterfelijk bent. Ik snap het niet. Op dat moment niet. Ik loop met je mee naar de trein.

” Tot morgen!”

Deel 1: Dat wat niemand mocht zien

0
Van: [knip]
Verzonden: [knip] 12:49
Aan: Hazeleger, E.

Lief Erikje,

Ik vind je niet echt vrolijk vandaag.
Ga je straks om 13.00 uur mee lunchen om een beetje stress kwijt te raken?
Je zit al veel te lang achter die computer.

Met vriendelijke groet, 
[knip]

 

“Nee, beloofd is beloofd. Als ik zeg dat ik je thuisbreng dan breng ik je ook thuis.”

Tja, daar zit je dan in een nachtbus op weg naar haar huis. En hoe de fuck ga ik in hemelsnaam thuiskomen? En wat doen we als haar vriend thuis in het donker op ons zit te wachten? Zo’n nare vent waar ik alleen maar slechte dingen over heb gehoord. Die me al een paar keer heeft bedreigd? Ach ja, beloofd is beloofd. Toch?

Aangekomen op het station kijk ik om me heen. Doods, stil, uitgestorven. Ja, 40 dronken lui die net als ons zijn meegereisd uit het centrum van Amsterdam. Maar die zijn op het grote stationsplein ook heel snel verdwenen. Nee, treinen rijden hier al een tijdje niet meer. Er ligt sneeuw en ach dat heeft wel iets romantisch. Denk ik. In mijn gedachten is er slechts paniek. Of ik blijf slapen en loop het risico vannacht bruut wakker gemaakt te worden door een hele boze kerel (en terecht) of ik ga hier nog wat uurtjes in vrieskou doorbrengen tot de eerste trein weer rijdt. “Waarom zucht je zo?”. Tja, eerlijk zijn heeft ook zijn grenzen.

We lopen een aardig stuk. Links, rechts, oversteken, straatje hier, straatje daar. Allemachtig, hoe kom ik ooit weer bij dat station? We komen aan bij een zeer klein huisje waar we een krakende trap op gaan. Zij voorop. “Nee, hij is niet thuis hoor”. Tja, het is donker en zolang ik dat niet met mijn eigen ogen heb gezien geloof ik daar geen snars van. Zijn laatste sms-jes waren toch echt zeer duidelijk. En waarom ben ik hier? Hallo?

Boven aangekomen maak ik kennis met de strijkplank en strijkbout die demonstratief in de woonkamer staan. Had toen nooit kunnen denken dat we elkaar ooit nog zo intiem zouden treffen… die strijkbout en ik. Zij ging nog even douchen. Zucht, steun. In gedachten zie ik haar straks al slechts gehuld in een badlaken uit die douche stappen, hem in de deuropening staan en mijzelf liggen in mijn eigen doodskist. Wat is hier gebeurd?

En tja, ze komt in dat badlaken die douche uit. En vraagt of ik mee ga naar bed. Ik gluur nog snel even naar de voordeur. “Haha, nee die komt vandaag niet meer thuis hoor. Denk ik.”. Godverdomme, had dat “denk ik” lekker achterwege gelaten zeg. En alhoewel ik de uitnodiging best wel wil aannemen besluit ik toch maar naar het station te lopen. Want tja, het is inmiddels 3 uur en die eerste trein moet toch wel een keer verschijnen. We nemen afscheid. En ik begin aan de wandeling naar het station. In mijn gedachten probeer ik de wandeling terug te halen en omgekeerd terug te lopen. Dat klinkt makkelijker dan gedacht. Zeker na 7 bacardi-cola. En de sneeuw en snijdende wind helpen ook niet echt mee.

Uiteindelijk vind ik het station terug. Oh en de eerste trein gaat al over 4 uurtjes. Joepie! Met half bevroren vingers sms ik “Nou stationnetje gevonden, slaap lekker x”. Ze sms’t direct terug. “Hoe laat gaat de eerste trein?”. Daar geef ik maar geen antwoord op. Na een kwartier belt ze me op. “Jij gaat nu normaal doen en jij komt gewoon hier naar toe”. Oke, zij is de baas. Zoals zij later altijd de baas zou zijn. Ondanks dat ik de route al 2x heb gelopen heb ik echt geen flauw idee hoe ik nu weer bij haar huis kom. Ze loodst me er telefonisch doorheen. Bij aankomst staat ze in de deuropening te lachen. “Idioot”.

Terug in de woonkamer kijken we elkaar aan. Ja die reusachtige borsten en dat lachende maar breekbare gezichtje zijn nu wel heel dichtbij. Met mijn hippe Nokia (ja dat was toen hip ja) maakten we de leukste foto. Samen op jouw bank. Of eigenlijk.. jullie bank he?

Wekenlang heb ik naar je zitten staren, hebben we stiekem al elke vergaderzaal op kantoor misbruikt (voor gesprekken, stelletje vieze meelezers!). Ik was voor je gewaarschuwd. Keer op keer. Maar ik wilde niet luisteren. Tegen mij vertelde je alles namelijk. En had je daar een verdomd goede verklaring voor. En ja, ik vond je vriend ook een klootzak. En als ik dat al niet vond van door alles wat je zei…. dan wel door het feit dat hij me een paar keer buiten op het werk had opgewacht, jouw telefoon had afgepakt met al onze smsjes en toch wel heel duidelijk maakte dat hij dat *kuch* niet waardeerde. Het feit dat er de volgende dag plakband om je telefoon zat. En je blauwe oog. Tja, dat was dan mijn schuld denk ik he. God, wat baalde ik daar van.

Die foto. Ik heb hem nooit aan iemand kunnen laten zien. En na lang nadenken laat ik hem ook vandaag, na zoveel jaar niet zien. We gingen samen nog heel wat beleven. Leuke dingen, maar vooral heel veel nare dingen. Dingen waar de haren op mijn rug recht van overeind staan. Dingen die ik nog altijd voor me zie en herbeleef als het me even te heet onder de voeten wordt.

 

Dit is deel 1 van een ziek verhaal. Omdat het eindelijk eens gezegd moet worden. 

Naar boven